Willem van Toorn

Oktober 2009
|

Willem van Toorn
|
Een groot lezerspubliek heeft Willem van Toorn (Amsterdam, 1935) tot nu toe niet aan zich weten te binden. Toch bracht hij meteen met zijn eerste roman voor volwassenen (Van Toorn schrijft ook jeugdboeken en poëzie) de gemoederen in beroering. In De Toeschouwers (1963) beschrijft een jonge onderwijzer het druilerig bestaan in een Drents dorp. Een aantal inwoners van Dwingeloo, dat Van Toorn kende omdat hij in een naburig dorp onderwijzer was geweest, meende zichzelf te herkennen in de niet als bijster slim omschreven bevolking. Een relletje was geboren toen de Telegraaf het vuurtje opstookte.
Het startsein voor een glanzende literaire loopbaan was dit niet, hoewel Van Toorn kan rekenen op de sympathie van vakbroeders en jury’s van literaire prijzen. “Hoe kan zo’n aardige schrijver mij zolang onbekend zijn gebleven? Er is iets rot met de literatuurkritiek! Wat geen knal geeft komt niet in de krant. Misschien kan Van Toorn eens zelfmoord plegen?” schreef Gerrit Komrij in een bespreking van de verhalenbundel Bataafsche Arcadia (1974).
Er is een aantal constanten aan te wijzen in zijn gedichten, verhalen en romans: landschappen, plaatsen en verloren tijd, vervreemding en verval. Zijn strijd voor het behoud van het landschap bracht hem er ook toe om (samen met anderen) te strijden tegen dijkverzwaring en aantasting van het rivierenlandschap. De rechter stelde hen in het gelijk. Een mooie overwinning voor Van Toorn en de zijnen, leek het, maar toen in de winter van ‘94/’95 het water wel erg hoog kwam te staan, was hoon hun deel.

|
Van Toorn moet zich op dat moment gevoeld hebben als de hoofdpersoon van een van zijn romans, die de greep op de gebeurtenissen om hem heen kwijt is geraakt. “Willem van Toorn ergert zich aan het feit dat mensen betrekkelijk machteloos staan tegenover een voortdurende veranderende samenleving, die helaas ook steeds onpersoonlijker wordt, die ons haar regels oplegt en ons een bestaan laat leiden dat we zelf niet hebben gekozen ,” aldus het juryrapport van de A. Roland Holst-penning, die hem in 2000 voor zijn gehele oeuvre werd toegekend.
Maar in tegenstelling tot de meeste van zijn personages heeft Van Toorn niet veel redenen in somber gepeins te vervallen. Vanaf 1971 kan hij van zijn pen leven, hij heeft literaire prijzen gekregen en hij wordt gelezen en gewaardeerd door een betrekkelijk klein maar trouw publiek. Van zijn laatste roman, Stoom, ligt momenteel de derde druk in de boekwinkel. Wie weet zit er nog eens een doorbraak in à la Jan Siebelink, die met Knielen op een bed violen opeens een grote schare lezers wist te bereiken. Hoewel… Zo’n happy end zou wel erg on-Van Toorns zijn
|
Ander werk van Willem van Toorn
De rivier
In 33 korte schetsen schildert de auteur zijn biografie, maar vooral de verwevenheid van het middenstandsgezin waarin hij opgroeide met de rivier de Waal. Kort na zijn geboorte verhuist het gezin naar Amsterdam. Vader is er kleermaker, maar tegelijk groentehandelaar vanwege de karige inkomsten. De auteur reist later door het rivierengebied, waar 'leesbare sporen te vinden zijn van oudheid, Middeleeuwen en renaissance', vergelijkbaar met Toscane. Daar woonde zijn familie en dreven zijn grootouders een kwekerij. De oorlog is tastbaar aanwezig. Bewustwording treedt vooral op tijdens het gewonnen proces tegen de kortzichtige dijkverzwaring in de jaren tachtig en negentig, 'die dijkvakken verandert in Atlantikwallen zonder huis of boom'. In 1994 wint de verbeelding dat proces, niet omdat zij tegen de noodzakelijke verbeteringen zou zijn, maar omdat Rijkswaterstaat lomp te werk gaat, zonder begrip voor 'een nergens elders op de wereld voorkomend prentenboek van het geheugen'. Liefdevol, fraai en poëtisch relaas van een bewogen geschiedenis. (Recensie NDB/Biblion)
Het verhaal van een middag
Willem van Toorn schreef een kleine roman: helder, doordacht en intrigerend, zoals al zijn werk. Hoofdpersoon in het nieuwe boek is Henry Vettore, een journalist van Italiaans-Engelse origine, die uit Engeland terugkeert naar het landschap van zijn jeugd in Italië. Hij heeft een villa van zijn oom geërfd. Door ontmoetingen met een politicologe ontdekt hij van een klein persoonlijk drama, dat hij ooit in een novelle vereeuwigd heeft, de keerzijde. Ze betreffen een arcadisch seksueel ontwaken, dat, tegen de achtergrond van oorlogshandelingen, ruw wordt versneld. De politicologe vertelt Vettore het verhaal over een gruwelijk drama dat op dezelfde middag aan de overkant van de rivier plaatsgevonden zou hebben: als joods onderduikster was deze vrouw (verborgen) getuige van het vermoorden van haar mede-onderduikers. Ongewild heeft de oom van Vettore daar een rol in gespeeld, wat hem zijn hele verdere leven niet meer losgelaten heeft. Daarmee wordt deze hecht geconstrueerde roman een verhaal over meegetorste schuld, maar tegelijk is het een roman over de confrontatie van heden en verleden, over verschillende werkelijkheden. Was genomineerd voor Libris literatuurprijs 1995. (NBD/Biblion)
Een leeg landschap
Een terugkeer naar het dorp aan de rand van Amsterdam, waar Erik Leeman - het opnieuw terugkerende alter ego van Willem van Toorn - 20 jaar gewoond heeft, staat aan het begin van zijn herinneringen aan de decennia daarvoor. Veranderingen in zijn persoonlijk leven lijken hem daarbij minder te beroeren dan de veranderingen in de ruimten. De verstedelijking van 'zijn' dorp blijkt onafwendbaar; het oude verdwijnt, het lelijke komt ervoor in de plaats. Het voorbijgaan van de dingen geeft aanleiding tot melancholie, maar ook is er grimmigheid vanwege de moderne tijd die zich te weinig gelegen laat liggen aan een zorgvuldige omgang met het verleden. Niet alleen de thematiek, ook de verteltechniek - perspektiefwisselingen en chronologie-doorbrekingen zijn ongekunsteld aangebracht - en de stijl geven aanleiding tot enthousiasme over deze nieuwe roman van Van Toorn. (NBD/Biblion)
Meer informatie over Willem van Toorn vindt u op:
Tiparchief